Reisverhalen en aantekeningen uit het werk van
W.O.J. Nieuwenkamp
Een bloemlezing uit zijn werk
Enge verhalen, griezelige anekdotes en boeiende fragmenten uit de vele geschriften die W.O.J. Nieuwenkamp ons heeft nagelaten.
Nieuwenkamps teksten gaan over zeer diverse onderwerpen, maar ze zijn altijd lezenswaardig. De oorspronkelijke spelling en vooroorlogse schrijfwijze van namen is gehandhaafd om zoveel mogelijk de authenticiteit te behouden. Er zijn tekeningen bijgevoegd, waar die met deze passages in verband mee te brengen zijn. Alleen waar echt nodig, zijn de teksten ingekort. Ter onderscheid met Nieuwenkamps eigen woorden is de redactionele tekst cursief weergegeven.
|
Een voettocht door Bali in 1906 13-12-2009
...Dien dag legde ik een grooten afstand af en wandelde door vele dessa's. In Djilantik rustte ik even uit. Voorbij 't volgende plaatsje Apoean, ging het door twee enorm zware ravijnen, zeker vijftig meter diep, waardoor snelvlietende riviertjes stroomden. Gelukkig had het de laatste dagen niet geregend, want dan zouden de steile kleihellingen zoo goed als onbeklimbaar zijn geweest.
Naar de meren, december 1906. Een schetsblaadje.
's Nachts bleef ik in de kleine dessa Batoeriti hoog in het gebergte. Evenals overal stroomde ook hier, toen ik mijn hutje had gebouwd, de mannelijke bevolking toe en de kinderen (de vrouwen en meisjes zagen meest van op een afstand toe) en gingen in een grooten kring om me heen zitten en bekeken en bespraken al het vreemde dat ze om en aan mij zagen. Langzamerhand kwamen ze dichterbij en betastten de dingen en gluurden over den wand van katoen of er onder door. Het gereed maken van mijn middagmaal, bestaande uit een blik erwtensoep, met wat rijst en vruchten, genoot als altijd veel belangstelling. Vooral het openen van het vooraf in water gekookte blikje bezorgde mij en de omstanders veel genoegen. Ik richtte het namelijk zoo in, dat, als ik met het instrumentje om het blik open te knippen, er bovenin een gaatje had geslagen, het dunne straaltje kokende soep, dat door de inwendige spanning, door 't koken ontstaan, er met kracht uitspoot, op de hoofden en naakte bovenlijven van de met aandacht toeziende omstanders terecht kwam, wat dan luide kreten van verwondering wekte en meestal het gevolg had dat de heele troep hals over kop uiteen stoof of over elkaar heen buitelde. Ik kwispelde dan nog eens goed met het kokende straaltje over de op den grond liggenden, maakte het blik verder open, goot den inhoud in een geëmailleerd bord (nieuwe bewondering) en at 't soepje smakelijk op met een lepel, wat op zich zelf ook al weer de moeite loonde van lang en aandachtig bestudeeren. Zoo'n voorval gaf mijn toeschouwers dan eenige uren lang stof tot uitbundig lachen, waarmede ik mij dan ook weer kostelijk vermaakte.
 De dessa Batoeriti ligt dicht bij de bergmeren hoog in het gebergte. Potloodtekening.
Mijn veldbed met klamboe, dat uit zoo'n klein pakje zich ontpopte, baarde vooral groot opzien, en als ze wisten dat ik in bed lag, dan kwamen ze in grooten getale opzetten en streken telkens een lucifer af, die dan fantastisch een reeks spiedende hoofden verlichtte. Voor dat alle dorpelingen mij onder de klamboe hadden zien liggen, waren er heel wat lucifers uitgebrand. Van rustig slapen was er meestal geen sprake, want, waren de nieuwsgierigen afgetrokken, dan kwamen de talrijke kamponghonden en blaften en huilden zonder ophouden tegen dat vreemde witte ding, dat mijn woning was. Nu en dan kwam er een binnen en liep over een bord of tegen een flesch aan en sloeg dan, verschrikt door het gerinkel, met groot geraas op de vlucht. Ook de varkens maakten hun opwachting. Eens werd ik wakker, doordat zoo'n monster zich zijn rug stond te schuren tegen de rand van mijn bed, dat door die bewerking haast ondersteboven ging. En bij dat alles voortdurend nog hanengekraai...
Uit: Zwerftochten op Bali, Elsevier uitgave 1922 (pag. 111-113). Nieuwenkamp heeft dan al drie reizen naar Bali gemaakt, in 1904, 1906 en 1918. Van de beide eerste reizen verscheen in 1910 zijn boek Bali en Lombok en in datzelfde jaar een verkorte uitgave daarvan, genaamd Zwerftochten op Bali. Dit boek is na zijn bezoek in 1918 herschreven en heruitgegeven in 1922, onder dezelfde titel. De onderstaande passage is een terugblik op een van de voettochten door het binnenland van Bali in 1906. Het dorpje Batoeriti ligt aan de weg langs het Bratanmeer, ten zuiden van Bedugul
<<
terug |
|