Stichting Museum Nieuwenkamp

Recensie grafiek Nieuwenkamp door tijdgenoot.

Sjoerd de Roos, graficus bij uitstek, schrijft in 1935 over Nieuwenkamp bij zijn 60-ste verjaardag:

“...De toen met zooveel energie geleide kunstnijverheidsschool, waaraan eenigen hunner verbonden waren, maar ook het bezielend voorbeeld van Morris’ werken kunnen mede aanleiding geweest zijn, dat zij zich willig in dienst stelden van de gebruikskunsten, de grafische niet uitgesloten. Er zijn stijlvolle en van gedegen vakmanschap getuigende prenten, boekversieringen, adreskaarten, ex-libris, enz. uit hun handen gekomen, merendeels in houtsnede uitgevoerd, waaraan de ontwikkeling dezer techniek in kunstvolle banen en hare toepassing in het boek veel verschuldigd is..”.

“...Wij denken hierbij aan de voor dien tijd zoo merkwaardige uitgave van de erven F. Bohn Oude Hollandsche Steden aan de Zuiderzee in samenwerking van Nieuwenkamp en Veldheer ontstaan. Naast enkele door Dijsselhof, Nieuwenhuis en Roland Holst versierde boeken neemt het een afzonderlijke plaats in, omdat het met topografische illustraties is versierd, in lijn en kleurwaarde zoo goed passend bij de tekst...”

“...Nog opmerkelijker is Bali en Lombok, uitgegeven aan boord van De Zwerver in 1906 - 1910, omdat daarin Nieuwenkamps teekeningen het eigen reisverhaal illustreren. Het vrij groote, ongewone oblong-formaat, noodzakelijk om de langwerpige landschap-teekeningen op te nemen, bracht voor de plaatsing en afmeting der staande afbeeldingen mede, dat de er naast gezette tekstkolommen verschillend van regellengte zijn gehouden, zonder dat dit storend werkt. Integendeel, de oplossingen zijn in de regel zeer gelukkig te noemen en logisch verantwoord...”

“...In de banden en omslagen dezer uitgaven, de titelpagina’s, de sierletters en vignetten ervan, komt zijn genegenheid naar de decoratieve zijde, die in het andere werk onmiskenbaar is, duidelijk en vaak frisch en gelukkig uit. Verwantschap met de door hem zoo gewaardeerde volkskunst is er niet vreemd aan. De in eenige edities aan boord van de Zwerver verschenen catalogus zijner etsen en houtsneden (1902, 1903 en 1904), geheel in hout gesneden, toont zulks treffend, evenals de kleurvol krachtige band- en titelvignetten van elk zijner zooeven genoemde boeken, waarbij nog vermelding verdient Mijn huis op het water, mijn huis op het land, verschenen in 1930. Uiteraard fijner van compositie, zijn geestig gevonden ex-libris, waarvan we hier een paar typische voorbeelden kunnen weergeven...”